Routine Outcome Monitoring

Anneke van Schaik en Marleen Wijtkamp

Vragenlijsten helpen bij verbetering kwaliteit van de zorg

Met de vragenlijsten van Routine Outcome Monitoring (ROM) meten de poliklinieken sinds juni het effect van de behandeling. Ook de FACT-teams gaan ermee aan de slag. Patiënten beantwoorden vragen over hun klachten en beperkingen, zowel bij aanvang als later in het behandelproces. “In de hele gezondheidszorg is het belangrijk om het effect van de behandeling te meten”, zegt psychiater Anneke van Schaik. “In de ggz kunnen we dat eigenlijk alleen maar doen door vragenlijsten af te nemen. Met de gevalideerde vragenlijsten van ROM brengen we systematisch de klachten in beeld en welke invloed de behandeling heeft.”

Routine Outcome Monitoring bestaat al langer, maar in juni heeft GGZ inGeest de vragenlijsten nieuw leven ingeblazen, met name in de poliklinieken en bij de FACT-teams. Elke patiënt vult al als het goed is vóór de intake de eerste vragenlijsten in. Niet alleen over de klachten, maar ook over het persoonlijk en maatschappelijk functioneren.

Elk kwartaal volgt dan een nieuwe meting. Anneke van Schaik: “We doen dit vooral om de kwaliteit van de zorg te verbeteren, door samen met de patiënt te bespreken hoe het gaat. Ondersteund door de uitkomsten van de vragenlijsten kan je samen beslissen of je op de goede weg bent of dat de behandeling moet worden aangepast. Uit onderzoek blijkt dat alleen al het meten leidt tot verbetering, omdat het je als patiënt en behandelaar meer op scherp zet.” Ook de FACT-teams willen de vragenlijsten vooral gebruiken om het herstel te meten, vertelt verpleegkundige Marleen Wijtkamp. “Het wordt de komende tijd bij ons geïmplementeerd en gelukkig worden de lijsten door de teams goed ontvangen. Je kunt de uitkomsten goed gebruiken om samen met de patiënt je behandelplan op te stellen, omdat het de hulpvraag helder in kaart brengt. De patiënt krijgt bovendien meer inzicht in zijn eigen herstel. Ik verwacht dat we de lijsten in 2022 wat breder gaan toepassen.” Nog lang niet alle patiënten vullen de vragenlijsten in. Het percentage eerste metingen is hoog, maar dat van de vervolg- en eindmetingen ligt nog onder de 30 procent. Anneke: “Het is dus hard nodig dat we organisatiebreed het belang nog duidelijker maken. Sommige behandelaren vinden het gedoe of kunnen nog niet goed met het bijbehorende programma overweg. Ik wil de collega’s echt oproepen om hier in de spreekkamer meer mee te doen.” Marleen plaatst hierbij vanuit de FACT-teams wel een kleine kanttekening. “Het is bij ons niet vanzelfsprekend dat we bij elke patiënt zo’n lijst kunnen afnemen. Het is en blijft maatwerk. De vragenlijsten zijn bijvoorbeeld minder geschikt voor mensen die heel erg zorgmijdend zijn. Die moet je eerst verleiden om überhaupt in behandeling te gaan. Wellicht kun je een jaar later dan wel zo’n lijst afnemen, als iemand meer inzicht heeft in zijn eigen kwetsbaarheid.” Anneke ziet in de poliklinische praktijk dat de meeste patiënten positief zijn over het invullen en bespreken van de lijsten. “Voor GGZ inGeest als organisatie past ROM heel goed bij methodisch werken. Het betekent niet alleen dat we onze behandelingen regelmatig evalueren en zo nodig kunnen bijstellen, maar ook dat we de patiënten beter betrekken bij de keuzes tijdens het behandeltraject.”