Wet verplichte ggz

Heleen Schaffels, Gülay Ersoy, Suzanne van Valkenburg, Wendy Rutten, Carmen van Geel en Josine van Mill

Hoe is het eerste jaar Wvggz verlopen?

Sinds januari 2020 werken we met de Wet Verplichte GGZ (Wvggz). Na ruim een jaar met de wet te hebben gewerkt delen zes betrokkenen hier hun eerste ervaringen. Niet iedereen is er onverdeeld gelukkig mee, vooral de administratieve lasten wegen zwaar. “We hebben met zijn allen hard gewerkt om deze wet goed in onze vingers te krijgen”, stelt geneesheer-directeur Gülay Ersoy. “In een jaar tijd hebben we mooie stappen vooruit gezet.” Geneesheer-directeur Heleen Schaffels: “Steeds meer collega’s zijn goed op de hoogte van de procedures en de stappenplannen, zoals die ook staan beschreven op de Wvggz Inside-pagina. En er wordt kritisch gekeken naar de noodzaak van verplichte zorg en mogelijke alternatieven.” Meer instrumenten De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) regelt de rechten van mensen die te maken hebben met verplichte zorg vanwege een psychische aandoening. De wet biedt meer instrumenten voor zorg op maat: verplichte zorg zo kort als mogelijk en zo lang als noodzakelijk. Uitgangspunt is nog steeds dat iemand alleen na het oordeel van een rechter tegen zijn wil behandeld kan worden. Een voordeel van de wet vindt Ersoy dat behandelaren zo nodig sneller verplichte medicatie kunnen inzetten. “Vroeger moest bij extern gevaar de patiënt eerst beoordeeld worden door de geneesheer-directeur. Nu kun je bepaalde zorgvormen veel eerder inzetten.” Heleen Schaffels: “Je kunt sneller behandelen en daarmee de opnameduur verkorten. Daardoor voorkom je in de onbehandelde fase ook incidenten met agressie.”

Zelfstandig vormgeven Voor verpleegkundig specialisten Suzanne van Valkenburg en Wendy Rutten betekent de wet dat ze anders dan voorheen wel mogen werken als zelfstandig regiebehandelaar. Wendy: “Dat is voor onze positie een belangrijk verschil, we kunnen beter ons werk doen. Het stelt ons bijvoorbeeld in staat om behandelingen door te laten lopen op het moment dat er juridische zaken bij komen. Voorheen moest dan de psychiater de behandeling ‘dragen’. Bepaalde zaken moeten we wel overleggen met de geneesheer-directeur, maar het grootste deel van de behandeling kunnen we zelfstandig vormgeven. Een mooie erkenning van ons werk als verpleegkundig specialist.’ Met de administratieve last die de Wvggz met zich meebrengt, zijn beiden minder blij.

Suzanne: “Daar kunnen we eigenlijk niet omheen. Bij die verantwoordelijkheid horen nu eenmaal die papieren. Dat is echt anders dan voorheen. We werken natuurlijk nauw samen met de artsen, de psychiaters en de geneesheer-directeuren, maar het papierwerk moet gebeuren.” Wendy: “Veel mensen zijn ermee bezig om op tijd alle vinkjes te zetten. Of dat nou echt ten goede komt aan de behandeling is maar zeer de vraag. Wel goed is dat we bepaalde interventies sneller kunnen inzetten, zoals dwangmedicatie. Daardoor kunnen we adequater handelen in crisissituaties en acute fasen van ontregeling.’