De Wet verplichte ggz

Stijn van Griensven

Ervaringswerker en herstelcoach

Het eigen plan van aanpak: samenwerken over dwang in de zorg


Zonder wederzijds contact en communicatie over dwang en het toepassen daarvan is de kans groter op psychische gevolgen voor de cliënt. Ook kunnen er gevolgen zijn voor de samenwerking in het vervolgtraject. Zelf kan ik voorstellen door ervaringen rond het toepassen van dwang en gebrekkige samenwerking in het ambulante vervolgtraject dat het blijvende gevolgen kan hebben in het leven. Als de samenwerking beter kan is het eigen plan van aanpak een reddingsboei.


Samenwerking en preventie

Ik zie het eigen plan van aanpak meer als een reddingsboei voor samenwerking en een kans de omgang met dwang te verbeteren, dan dat het in veel gevallen de feitelijke dwangmaatregelen wezenlijk zal veranderen. Ook denk ik dat het preventief kan werken voor crisis en dwangmaatregelen in de toekomst, doordat de inspanning voor de samenwerking de behandeling ten goede komt. Achteraf gezien had ik op een moment in mijn leven dwangmaatregelen nodig in die eerste herstelfase van overweldigd zijn door ziekte en ben ik blij dat de wet die mogelijkheden gaf aan mijn behandelaren. Hoe de dwang bij mij werd toegepast had in mijn ogen op verschillende onderdelen anders gekund.


Menselijk perspectief

Doordat er in mijn beleving te weinig communicatie en contact was over de dwangtoepassing in een crisissituatie van mij in 2015, was ik tijdens de eerste weken van dwangopname minder gericht op samenwerking. Ook heb ik in de eerste jaren (1999-2004) nadat ik te maken kreeg met twee vrijwillige opnames en ambulante zorg te weinig samenwerking en erkenning van mijn mogelijkheden ervaren. Het resulteerde uiteindelijk in het afbouwen van deze begeleiding en ik kreeg vervolgens meer dan tien jaar medicatie via de huisarts zonder andere ondersteuning. Toen het na lange tijd opnieuw minder goed met me ging bleek de huisarts geen passende ondersteuning te kunnen bieden en was andere ondersteuning te ver uit beeld.


Ik wordt nu ondersteund door een kleine ggz-organisatie met een enkel face-to-face contact per jaar. Ik en mijn omgeving vinden het een fijn en veilig idee dat het lijntje naar de specialistische zorg kort is, mocht het om het één of ander nodig zijn. Als dat nodig is, voelt dat niet meer als een zwaktebod in de interactie, omdat er in het huidige contact ook erkenning is voor mijn gezondheid en kracht voelt het natuurlijk. Het menselijk perspectief is voor mij de gehele mens, het gezonde deel en de kwetsbaarheid die je hebt. Het eigen plan van aanpak is in ieder geval ook een kans om andere delen van iemand aan te spreken en andere aspecten van herstel. Het gehele menselijke perspectief komt tot zijn recht als vanaf het begin van de behandeling niet alleen het medische herstel op de voorgrond staat. Het is een kans voor minder dwang omdat de verschillen van inzicht over de kwetsbaarheden en ziekte juist polariserend zijn in de crisissituatie, ten minste ook bij mij. Het eigen plan van aanpak kan hierbij een positieve rol spelen.


Andere aspecten van herstel bieden ruimte voor verandering

Bij het opstellen van een eigen plan van aanpak heeft de cliënt de regie. Dit maakt het perspectief breder, als het kan biedt het plan van aanpak een kans om naast het medische herstel, ook keuzes te maken voor de drie andere aspecten (rollen, zinvolle dagbesteding en persoonlijk/existentieel) van herstel. Er worden allerlei aspecten en indelingen van herstel gebruikt. Zelf vind ik de vier aspecten of dimensies die herstelprocessen hebben die Dröes en Plooy (2010)* noemen goed bruikbaar: herstel van gezondheid (of het medische herstel), herstel van maatschappelijk functioneren (of het herstel van rollen), herstel van de persoonlijke, psychologische identiteit (of het existentieel herstel), herstel van het dagelijks leven (of het herstel van zinvolle dagbesteding).


Eigen plan van aanpak of niet, de omgang met de ruimte om tot verandering te komen bij iemand die door ziekte een ernstig nadeel voor zichzelf en/of anderen betekent, is bepalend. Hoe iemand zelf met die ruimte omgaat is verschillend en ook hoe hulpverleners ermee omgaan. Het is niet exact in een wet te gieten. Het eigen plan van aanpak kan als formalisering van een deel van de zelfregie worden gezien. Belangrijk lijkt me het benutten van de ruimtes binnen alle aspecten van herstel. Ik geloof dat het hanteren van een breed perspectief, bijvoorbeeld door meer samen te werken over het eigen plan van aanpak, ook het medische herstel duurzaam kan ondersteunen. Tenminste deze conclusie trek ik uit eigen ervaring: Ik was medisch lang goed hersteld, werd niet meer in mijn functioneren belemmerd en functioneerde in de rol van werknemer. De andere aspecten van herstel, ondanks minimale ondersteuning, hadden een positieve ontwikkeling doorgemaakt maar bleven nog wat achter bij het medische herstel en juist deze aspecten bleken uiteindelijk een belangrijke bron voor een nieuwe ontregeling. Door het ontwikkelen van mijn eigen ervaringsdeskundigheid en bijbehorende verdere ontwikkeling in mijn persoonlijk herstel maak ik dagelijks bewuster keuzes wat ik wil doen en hoe dat mijn gezonde zijn beïnvloed.


Samenwerken met ervaringsdeskundigen

Bij het effectiever laten verlopen van de inzet van het eigen plan van aanpak en het herstelproces van cliënten is het logisch om ervaringsdeskundigheid in te zetten. Juist omdat ervaringsdeskundigen vanuit gelijkwaardigheid werken is er automatisch ruimte voor zelfregie en een eigen plan van aanpak. Afgezien van het formele karakter mag het eigen plan van aanpak ook een creatieve uiting zijn die ik serieus wil nemen. Uiteindelijk heeft iedereen baat bij een goede samenwerking. Ook wanneer een eigen plan van aanpak niet wordt goedgekeurd kunnen er wel delen of ideeën uit het plan worden overgenomen in de machtiging en de vervolgbehandeling. Het is een erkenning van de wensen van de cliënt, een wijze van samenwerking die kan leiden tot een andere omgang met dwang of minder dwang. De samenwerking kan ook voor medewerkers een positievere ervaring geven in het werken met de WVGGZ en is bij uitstek een kans om samen te werken over dwang in de zorg met ervaringsdeskundigen.


Tekst: Stijn van Griensven

* Dröes, J. & Plooy, A. (2010). Herstelondersteunende zorg in Nederland: vergelijking met Engelstalige literatuur. Tijdschrift voor Rehabilitatie, 19(2): 6-17.